Nieuws

Historische wandeling door Kranenburg (DLD)
(Geplaatst 18 juni 2013)
 

Op zondag 23 juni 2013 organiseert de Stichting tot Behoud van Monument en Landschap in de gemeente Ubbergen, in samenwerking met Heemkundevereniging De Duffelt, een historische wandeling door Kranenburg. Iedereen kan gratis met de tocht mee. Het startpunt is, om 11.30 uur, bij caféhaus Niederrhein (Bahnhofstrasse 15 in Kranenburg in het oude stationsgebouw). Na koffie (met of zonder Kuchen) wordt na een inleiding door de heer Manuel Hagemann onder zijn leiding aan de wandel door de stad Kranenburg begonnen.
Burcht en stad Kranenburg werden in de 13e eeuw gesticht door de graven van Kleve. Structuren van de toen gestichte stad zijn nog altijd te zien. Ook wordt aandacht besteed aan de ontwikkelingen van de stad in de loop der eeuwen en aan de verwoestingen in W.O. II. We bezoeken natuurlijk ook de bedevaartskerk St. Peter und Paul en mogelijk nog andere bezienswaardigheden.
Naar verwachting duurt de wandeling tot 15.00 à 15.30 uur.


De Thornsche Molen
(Geplaatst 7 juni 2013)

Staande pal op de grens met Duitsland stond vijf eeuwen lang de Thornsche Molen. Reeds in een Nijmeegs Schepenprotocol van 1459 wordt de molen al genoemd. De molen kent een lange en indrukwekkende geschiedenis. Een geschiedenis die eindigt in de Tweede Wereldoorlog tijdens Market Garden in september 1944. Molen en gelijknamige buurtschap liggen midden in de frontlinie en worden totaal verwoest. De oorspronkelijke wederopbouwplannen halen het niet. En zo verdwijnt een eeuwenoude historische molen en daarmee een markant punt uit het landschap van Duffelt en Ooijpolder op de grens met Duitsland.

Maar de molen bleef onderdeel van het collectieve geheugen. Een tiental jaren geleden, toen het begrip ‘cultuurhistorie’ algemeen goed werd, zagen enkele enthousiaste amateur historici nieuwe kansen voor een oude droom. Een stichting werd in het leven geroepen en een enthousiast bestuur ging aan de slag. Inmiddels is de herbouw van de Thornsche Molen een droom die werkelijkheid gaat worden. De financiële middelen – ruwweg 1 miljoen euro – zijn via verschillende fondsen en instanties toegezegd. Thans wordt gewerkt aan bestemmingsplan en bouwvergunning, waarna de schop de grond in kan.

Daarmee begint een nieuwe periode voor de Thornsche Molen. En zal er ongetwijfeld – zoals in de vijf eeuwen daarvoor –weer veel activiteit ontstaan. Zij het een activiteit van een andere inhoud dan voorheen, namelijk wandelaars en wielrijders, die dit plekje al lang hebben ontdekt en het waarderen. In vroeger eeuwen echter is er veel strijd geleverd aan de grens. Eerst - in de Middeleeuwen - tussen het Hertogdom Kleef en dat van Gelre. Later zijn het koninkrijk Pruissen en Nederland elkaars buren en is de grens ter plekke met name gedurende WO I en WO II een ‘gevoelig’  punt. Thans vormt het een vreedzaam plekje daar aan de Kapitteldijk. Maar het vormt nog altijd de grens, gemarkeerd met grenssteen 642. Thans tussen Nederland en Duitsland, met als directe buren Zyfflich en Leuth.

Jan van Eck

 



Vaals en de grens met Duitsland
(Geplaatst 29 mei 2013)

De niets vermoedende toerist denkt te maken te hebben met een kapelletje. Dat was ook de indruk van ondertekende bij het op afstand zien van dit gebouwtje. Niets is minder waar. Het "kapelletje” blijkt een voormalig douane-controlehuis te zijn. Gebouwd in 1890 pal op de grens met Duitsland. De foto laat het douanehuisje zien vanaf de Duitse kant. Links in de hoek staat grenssteen 195. De betonpalen in de weg op de voorgrond zijn obstakels voor het verkeer. Aldaar mag de grens alleen te voet, dan wel per fietst worden gepasseerd.
Het douanehuisje is sinds 1994 onbemand. Het is thans in huur bij de Heemkundekring Sankt Tolbert Vaals. Deze heeft het ingericht met attributen uit het douaneverleden. Het is daarmee het kleinst en hoogst gelegen museum van Nederland, zo lezen we op het ANWB bord.


Het huisje toont nog een andere grenssteen. Namelijk een exemplaar van de toenmalige vrije rijksstad Aken. Het betreft een van de oudste grensmarkeringen van Nederland: de grenssteen met Adelaar. Omstreeks 1545 werden deze stenen geplaatst langs de Akense Landgraaf, een verdedigingslinie bestaande uit greppels, bomen en struikgewas.



Jan van Eck
 


Een comptometer
(geplaatst 16 mei 2013)

Dit was de eerste commercieel succesvolle rekenmachine. Vanaf het einde van de 19e eeuw werd deze rekenmachine populair omdat de comptometer goedkoper gemaakt kon worden. De comptometers werden vervaardigd door de fabrikant Felt & Tarrant Mfg. Co, te Chicago U.S.A. en het patent hiervoor werd in 1887 aangevraagd door Dorr. E. Felt. Het was een apparaat dan kon optellen en aftrekken tot 999.999. Het kon zelfs rekenen tot twee cijfers na de komma.


Rond 1925 werden ze bij het Kadaster in gebruik genomen, vaak onder protest van de medewerkers, hoofdrekenen ging volgens velen sneller. Het toetsenbord heeft acht of tien rijen en negen toetsen. De meest rechtse rij (verticaal) zijn de eenheden, daarnaast de tientallen, honderdtallen, enzovoort. Je kon vele toetsen tegelijk indrukken, maar wel uit verschillende rijen. Je kon erop optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. De comptometer is tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw in gebruik geweest bij het Kadaster. In het kadastermuseum in Arnhem staan nog een paar modellen.

Bron: Personeelsblad Kadaster ‘Onder Ons’; Wikipedia 

 

 



Kadasterbalie in Gronings archief
(Geplaatst 5 mei 2013)



 

Op woensdag17 april 2013 werd de publieksbalie van het Kadaster in Groningen verplaatst naar het Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven aan het Casnadeplein 4 in Groningen. Namens de betrokken organisaties verrichtten Godfried Barnasconie (kadaster), Martin Berends (Nationaal Archief) en Eddy de Jonge (Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven) de officiële opening.
Veel van de particuliere bezoekers van de Kadasterbalie zijn bezig met historisch onderzoek. Door de verplaatsing van de balie kan de bezoeker met vragen over de kadastrale en / of historische informatie op één adres terecht.
De verplaatsing van de Kadasterbalie heeft geen gevolgen voor het indienen van papieren stukken ter inschrijving in de openbare registers, zoals vonnissen, beschikkingen en beslagen. Deze stukken moeten nog steeds aangeboden worden bij het Kadasterkantoor aan het Emmaplein 4 in Groningen. 

Bron: Terz@ke april 2013, digitale nieuwsbrief Kadaster


Bureau Wederopbouw Boerderijen (1940-1956)
(Geplaatst 19 april 2013)

Dit Bureau was al in 1940 door de rijksoverheid opgericht om de herbouw van in de oorlog verwoeste boerderijen te coördineren. Met name in Gelderland, Noord- en Midden Limburg en delen van Noord Brabant was het Bureau Wederopbouw Boerderijen actief. Met het oog op de voedselvoorziening werden boerderijen in de regel zo snel mogelijk hersteld/herbouwd. Het Bureau liet noodwoningen en noodstallen bouwen, nam de schade op, stelde richtlijnen vast voor de wederopbouw, toetste de architectenkeuze, beoordeelde de bouwplannen en bestekken van meer dan 8000 wederopbouw-boerderijen, verzorgde de aanbestedingen, hield toezicht op de werken en regelde de financiering. Het Bureau Wederopbouw Boerderijen bleef actief tot 1956.
Door het Bureau werd, aan de hand van gegevens over de verwoeste boerderij en stallen, bepaald hoe groot de nieuwbouw mocht worden en hoeveel de klant zelf diende te financieren. Van overheidswege ontving de boer een financiële tegemoetkoming. De boeren konden in principe zelf een architect voor de wederopbouw aanwijzen, maar lieten deze mogelijkheid vaak over aan het Bureau. Tekeningen voor de wederopbouw en bijbehorende bestekken, waarvoor in verband met toenemend geld- en materiaaltekort steeds meer richtlijnen werden opgesteld, moesten door het Bureau worden goedgekeurd voordat plaatselijke aannemers met de bouw konden beginnen. Men wilde vooral dat eenvoudige, maar doelmatige gebouwen zouden ontstaan die een efficiënte eigentijdse bedrijfsvoering mogelijk maakten. De criteria waarop men met name lette, waren de verbetering van de bedrijfshygiëne, brandveiligheid en een efficiënte indeling. De vormgeving van de modernisering leunde architectonisch echter op traditie. Aanvankelijk was het de bedoeling om streekeigen karakteristieken van de verwoeste vooroorlogse boerderijen te verwerken in de nieuwbouw, maar dit plan werd mede door tijd- en materiaalgebrek al snel verlaten. Een zekere eenvormigheid is dan ook het gevolg geweest bij de herbouw van boerderijen. Toch bleef er oog voor detail. De klant had de mogelijkheid om te kiezen uit een aantal standaardvoorbeelden van boerderijen. Ook was er een voorbeeldblad van (aardig gedetailleerde) deuren en ramen. Veelal werd gebruik gemaakt van kostenbesparende materialen als holle baksteen (perfora) voor de vloeren en schokbeton voor stalramen.
Op de website van het Meertensinstituut kan men meer dan 7.000 wederopbouwboerderijen terug vinden. Per plaats staan alle boerderijen vermeld. Bovenaan rechts op de website van het Meertensinstituut http://www.meertens.knaw.nl staat het onderwerp Databanken. Klik hierop en daarna klikken op het onderwerpWederopbouwboerderijen in Nederland.

Rechts foto's van vier wederopbouwboerderijen. Van boven naar beneden: Steenheuvelsestraat 3 Leuth (1948), Leuthsestraat 3 Persingen-Ooij (1952), Erlecomsedam 84 Erlecom-Ooij (1949), Ashorst 16 Groesbeek (1948)

 






Jaarverslag Kadaster 2012
(Geplaatst 7 april 2013)

De publieksversie van het jaarverslag van het Kadaster is vanaf 2 april te vinden op de website van het Kadaster. Zie http://www.kadaster.nl/jaarverslag. De pdf’s van het wettelijk en sociaal verslag is te vinden onder het onderdeel ’Downloads en archief’.

Het jaar 2012 is afgesloten met een positief resultaat van 3,4 miljoen euro. Dit is 15,4 miljoen euro lager dan er begroot was voor 2012. Het eigen vermogen van het Kadaster is nu 59,1 miljoen euro.

Cijfers van de verschillende jaren geven een duidelijk beeld van de teruggang van het werkaanbod.

2012 – akten 293.200 – hypotheekstukken 275.600 – KOL product. 19.700.000

2011 – akten 318.800 -  hypotheekstukken 350.400 – Kol product. 21.200.000

2007 – akten 488.140 – hypotheekstukken 632.500 – KOL product. 31.000.000

 



Wiskunde als familiebedrijf
(Geplaatst 31 maart 2013)
 

Wiskunde als familiebedrijf.
Menalaus Winsemius’ lijkrede op Adraan Metius (1571-1635)
Bezorgd, vertaald en ingeleid door Arjen Dijkstra, Goffe Jensma, Djoeke van Netten en Piter van Tuinen
Uitgave: Rijksuniversiteit Groningen (E.H. Waterbolk-reeks),
208 blz., 2012
ISBN: 9789036755870
Prijs: 12,50 Euro 


Het is een geschiedkundig verhaal van een Alkmaarse familie die in de wereld van de wiskunde, vestingbouwkunde, landmeetkunde, cartografie, astronomie en instrumentenbouw een vooraanstaande rol speelde in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog en daarna.
Adriaan Metius was de beroemdste zoon van Adriaen Anthonisz, de vermaarde Alkmaarse vestingbouwer. Adriaan werd professor in Franeker en stond in zijn tijd bekend als een groot wiskundige. Bij zijn overlijden werd er dan ook een ‘lijkrede’, we zouden tegenwoordig zeggen ‘een biografie’, op hem geschreven, in het Latijn. De ‘lijkrede’ opgeschreven door zijn vriend en collega Menelaus Winsemius is kortgeleden (her)ontdekt en is in het boek in facsimile afgedrukt. De linker bladzijden bevatten de oorspronkelijke Neolatijnse tekst en de rechter een uitstekende leesbare vertaling.
De inleiders van het boek dragen veel bij aan het inkleuren van de achtergronden en doen dit vanuit hun grote historische kennis van de figuur Adriaan Metius, zijn tijd en zijn tijdgenoten. 



Landjepik
(Geplaatst 19 maart 2013)

De Nederlandse annexatie van Duitsland 1945-1949
Veel Nederlanders in de hogere kringen droomden in de na-oorlogse jaren van verregaande annexatie van Duits grondgebied. Soms ging het daarbij om een tweemaal zo groot Nederland en het deporteren van vele miljoenen Duitsers. Steden als Bremen, Aken en Keulen zouden Nederlands worden. Deze grote ambities werden in tientallen brochures en pamfletten uitgedragen.
De regering heeft in de periode 1945-1949 dan ook alles in het werk gesteld om de landsgrenzen een flink eind oostwaarts op te schuiven. Zo hadden de kabinetten Schermerhorn-Drees en Beel een bijzondere belangstelling voor het Eems-Dollard-gebied. Ook keek men met een zekere gretigheid naar het Waddeneiland Borkum om er een strafkolonie voor NSB-ers, SS-ers en andere collaborateurs van te maken. De begeerte ging verder uit naar alle grensgebieden waar een Nedersaksisch dialect werd gesproken en vooral ook naar olievelden en kolenmijnen.
Uiteindelijk gingen in 1949 de Britse en Amerikaanse bezetters van Duitsland akkoord met miniscule grenscorrecties, waaronder Elten en Tudderen en de Duivelsberg bij Beek-Ubbergen.Hoe dit alles afliep beschrijft Hans Smits in een boeiend boek over dit vrijwel vergeten hoofdstuk uit onze na-oorlogse geschiedenis.

Landjepik - De Nederlandse annexatie van Duitsland 1945-1949
Auteur: Hans Smits
Uitgever: Just Publishers, paperback, 240 blz., november 2012
ISBN: 9789089752314
Prijs: 19,95 Euro

 


Kaarten van Amsterdam
(Geplaatst 8 maart 2013)
 

Op 15 februari 2013 presenteerde het Stadsarchief Amsterdam twee boeken Kaarten van Amsterdam. Deze prachtige uitgaven bevatten stadsplattegronden uit de periode 1538-1865 en 1866-2012.

Kaarten van Amsterdam, 1538-1865, deel I
Auteur: Marc Hameleers
Uitgever: Toht, gebonden, 426 blz., 625 ill. in kleur
ISBN: 9789068686203
Prijs: 69,50 Euro

In het eerste boek zijn onder meer alle zeventiende-eeuwse kaarten van Amsterdam opgenomen.

Kaarten van Amsterdam, 1866-2012, deel II
Auteur: Marc Hameleers
Uitgever: Toht, gebonden, 384 blz., 450 ill. in kleur
ISBN: 9789068686210
Prijs: 69,50 Euro

Het tweede boek is een verbeterde en uitgebreide heruitgave van de uitgave uit 2002: Kaarten van Amsterdam 1866-2000.


Kadasterloket bij de archieven?
(Geplaatst 25 februari 2013)

Van 3 oktober tot 31 december 2012 is er op verzoek van het Kadaster en het Nationaal Archief een pilot uitgevoerd door een Kadasterloket te plaatsen bij de Groninger Archieven. Door een serviceloket voor het Kadaster binnen het gebouw van de Groninger Archieven hopen ze dat er een meerwaarde ontstaat door een koppeling van het historisch onderzoek.
Voor de archiefbezoeker en gebruiker van de historische kadasterinformatie betekende dit, dat de mensen met een incidentele vraag direct door de medewerker van het Kadaster geholpen werden tijdens hun studiezaalbezoek. Mensen met langduriger onderzoek dienden (voorlopig) nog de gebruikelijke verklaring voor raadpleging aan te vragen.

De proef lijkt tot volle tevredenheid gelukt te zijn, want het samenwerkingscontract is in de maak. Of er helemaal geen kosten voor de bezoeker aan verbonden zijn is ons onduidelijk, want in het Kadaster personeelsmagazine‘Onder Ons’ staat daar helemaal niets over vermeld.

 


Repetitiecirkel van Borda
(Geplaatst 15 februari 2013)
 

Het eerste driehoeksnet in ons land, dat speciaal is gemeten om kaarten te maken, is dat van Luitenant-Generaal Baron C.R.T. Krayenhoff. Zie hiervoor de rubriek Driehoeksnet
Toen Krayenhoff zijn eerste resultaten van de meting liet zien aan Jan Hendrik van Swinden  betreurde deze het dat de meting niet dezelfde meetnauwkeurigheid had als die van Méchant en Delambre in Frankrijk. Voor het driehoeksnet moesten metingen gedaan worden over afstanden van meer dan 40 km. Hiervoor zijn nauwkeurigere instrumenten nodig dan welke Krayenhoff gebruikt had. Van Swinden zorgde ervoor dat Krayenhoff een repetitiecirkel van Jean Charles de Borda kreeg.
Uiteindelijk werkte Krayenhoff met drie repetitiecirkels: een grote met een randdiameter van 16 pouces (Franse inches), een met een randdiameter van 14 pouces voor de azimuthbepaling (oriëntatie t.o.v. de sterren) en een kleinere van 10 pouces voor de moeilijk begaanbare plekken. De hier getoonde afbeelding is de oorspronkelijke grote cirkel die Van Swinden bij Etienne Lenoir te Parijs besteld had.  

Bron: www.academischecollecties.nl auteur H.G. Heijmans

 


Begintijd Kadaster
(Geplaatst 7 februari 2013)

Vorige week publiceerden we het Proces-Verbaal van Lent en daar kwam een reactie op. Het ging over het feit dat het procesverbaal is opgemaakt in 1824 en 1825 terwijl de kaarten al klaar waren in 1819. Volgens de officiële werkwijze kan dat ook niet, maar de praktijk is anders. Van de 188 gemeenten in Gelderland is bij 77 gemeenten de juiste volgorde gevolgd, eerst het procesverbaal en daarna de meting en de kaarten. Bij 111 gemeenten is het fout gegaan, hier zijn eerst de kaarten gemaakt. In het algemene artikel van de rubriek Processen-Verbaal gemeentegrenzen wordt dit aan het eind ook aangegeven.

Verder kwam er een vraag uit België over kaarten uit ca. 1820. Dit zijn minuutkaarten zoals we ook in Nederland kennen.
Zie rechts het voorbeeld van Alken sectie F, Alken ligt in de buurt van Hasselt.

In 1818 gaf Koning Willem I de opdracht het Kadaster in te voeren in de Nederlanden, dat was toen ongeveer het gebied van de huidige Benelux. Dus inclusief België.
Door de onafhankelijkheid oorlog van België (1830-1838) werd het Kadaster in 1832 alleen in Nederland opgericht, behalve in Limburg. In Limburg werd het Kadaster in 1842 opgericht en in België in 1845.

 



Proces-Verbaal grensbepaling kadastrale gemeente Lent
(Geplaatst 29 januari 2013)

Onder de rubriek Processen-Verbaal gemeentegrenzen is het Proces-Verbaal Lent geplaatst.Hierin staat de letterlijke beschrijving van de opneming van de gemeentegrens zoals deze op 27 december 1824 is begonnen en op 5 april 1825 is afgerond. Het Proces-Verbaal is op 21 april 1825 goedgekeurd door de Gouverneur ad interim van Gelderland Van Heeckeren tot Kell. Het verslag is opgemaakt door de landmeter L.C. van Machen.

 


Kadastrale Atlas Overijssel op DVD
(Geplaatst 19 januari 2013)

De Stichting Kadastrale Atlas Overijssel 1832 heeft het afgelopen jaar een DVD uitgebracht met alle kadastrale kaarten en Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels uit 1832 van de provincie Overijssel. De digitale versie is te koop voor 26,76 euro (inclusief verzendkosten) bij de webwinkel van het Historisch Centrum Overijssel.
 http://historischcentrumoverijssel.nl
In 20 jaar tijd zijn er 1500 kadastrale minuutplans gedigitaliseerd en ongeveer 250.000 percelen ingevoerd in een database. Deze enorme hoeveelheid werk is verricht door veel vrijwilligers en medewerkers van historische verenigingen en het Historisch Centrum Overijssel. De door het Kadaster ingevoerde grondadministratie bevat een rijke bron aan gegevens over de eigenaren met hun bezittingen weergegeven op een kaart. De samenstellers van de DVD hebben meer dan anderhalf miljoen hyperlinks aangebracht die een koppeling vormen tussen de kaarten en de OAT’s. Hiermee kan men gemakkelijk vanuit de OAT naar de betreffende kaart klikken. Ook is het mogelijk snel op naam van de eigenaar te zoeken.
Het zou fijn zijn als er van de andere provincies ook zo’n mooie digitale versie zou komen. 

 


Frederik Beijerinck landmeter en waterstaatkundige
(Geplaatst 11 januari 2013)

Op de website is onder de rubriek Landmeetkundigen / Cartografen een korte levensbeschrijving van de landmeter en waterstaatkundige Frederik Beijerinck geplaatst. Het geslacht Beijerinck heeft vele landmeters / waterstaatkundigen voortgebracht. We beginnen met Frederik (1694 Nijmegen).

We kregen van G. Lobé een nuttige correctie/aanvulling bij de RD-steen geplaatst onder het thema Grenspalen. Daarom een iets uitvoerigere beschrijving bij de steen, die we rechts op de foto zien. De foto is gemaakt in 1967 op de Lemelerberg tijdens het rechtzetten van de RD- steen boven de ondergrondse tegel. Deze foto hoort eigenlijk te staan bij het Driehoeksnet, maar daar kon hij niet zo prominent afgebeeld worden. 

 


Einde van de handgeschetste veldwerk bij het Kadaster
(Geplaatst 3 januari 2013)

Sinds 1 januari 2013 mogen er geen veldwerken die met de hand geschetst zijn in het veldwerkarchief bij het Kadaster opgenomen worden. Dit is voor alle landmeters flink wennen. Vooral voor de oudere landmeter, die gewend is in het terrein meteen het veldwerk te schetsen, is dit een grote verandering. De afgelopen tijd zijn alle landmeters opgeleid om met het programma 'Bluebeam' digitale schetsen op de computer te maken.

Een korte schets over het veldwerk
De oudst bewaard gebleven veldwerk bij het Kadaster dateert uit ca. 1820. Deze zijn opgemaakt om de oudste kadasterkaarten, de minuutplans, te kunnen karteren. Na het ontstaan van het Kadaster in 1832 (Limburg 1842) kwamen er bijhoudingsveldwerken van de veranderingen aan het perceel. Veel veldwerken uit de periode tot 1878 zijn verdwenen. Pas vanaf dienstjaar 1879 (dit is het jaar 1878) werden de veldwerken bewaard. Tot aan 1878 moesten de landmeters hun eigen papier, inkt en meetspullen betalen. Landmeetassistenten werden vaak ter plaatse ingehuurd en de landmeters beschouwden het veldwerk als privé-eigendom. Vaak hadden zij veldwerkboekjes waar zij een eenvoudige schets van de meting inzette. De metingen werden op de decimeter uitgevoerd. Vanaf dienstjaar 1879 stammen de nummering, kleurgebruik en de noordpijl op het veldwerk. Ook werden er kopieën gemaakt, eerst met de hand, later met carbonpapier en uiteindelijk met het kopieerapparaat. De achterkant van het veldwerk waarbij carbonpapier gebruikt werd moest voor de opberging in het archief gepoederd worden, anders gaf deze erg af. De aanwezigen en de omschrijving van de grenzen stonden op de tekening. In 1992 kwam het ‘Relaas van bevindingen’, waarbij de juridische kant de voorkant was, en de veldschets met meetgegevens en verwijzing naar de coördinaten de achterkant. Vanaf nu zijn de handgeschetste veldwerken geschiedenis.
Voor meer informatie over de geschiedenis, zie: Veldwerken

 



Presentatie digitale heruitgave Recueil Méthodique
(Geplaatst 25 december 2012)

Op woensdag 19 december 2012 was in het Kadastermuseum te Arnhem de presentatie van de digitale heruitgave van de ‘Recueil Méthodique des lois, décrets, réglements, instructions et décisions sur le cadastre de la France’. De Recueil Méthodique is een in 1811 uitgegeven verzameling van, meestal oudere, voorschriften ter realisatie van het perceelsgewijze kadaster waartoe bij wet van 15 september 1807 was besloten. In 1812, onder de Franse bezetting, werd er een Nederlandse bewerking van uitgebracht, zowel van de 1144 artikelen als van het bijbehorende modellenboek in groter formaat, alles tweetalig uitgevoerd. Ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van deze uitgave heeft René van der Schans het plan bedacht, en uitgevoerd, om het opnieuw (digitaal) uit te geven. Elf vrijwilligers hebben het tekstdeel en het modellenboek omgezet in een digitale versie. Bij de ‘Methodique verzameling’gaat het om een rechtvaardige belastingheffing; de rechtszekerheid en de bijhouding komen nog niet in beeld. De voorschriften omvatten de meting, de schatting van de belastbare opbrengst van de percelen, en de hele ambtelijke organisatie eromheen. Alles bij elkaar een schitterend tijdsbeeld van een uiterst complex proces, dat helemaal zonder computers van de grond kon worden gebracht!
Op de dvd staan onder meer facsimile’s van het tekst- en modellenboek, en een doorzoekbare pdf-versie van het tekstboek, dit alles aangevuld met een vertaalde inleiding van Pierre Clergeot en een keuze uit diverse andere publicaties.

Voor inlichtingen en vragen kunt U contact opnemen met: r.vanderschans@hccnet.nl 

 



Fort Ooij bij Nijmegen
(Geplaatst 17 december 2012)

In het voormalige polderdistrict ‘Circul van de Ooij’ ligt aan de Ooijsebandijk - ter hoogte van hectopaal 084 - een perceel weiland met de veldnaam ‘Het Geslechte Fort’. De naam verwijst naar het daar in 1870 gebouwde Fort Ooij. In 1815 komt koning Willem I Nijmegen inspecteren. Hij acht de stad als vesting verloren. De stadsmuren zijn deels gesloopt en buiten de wallen is op veel plaatsen gebouwd. Echter onder druk van de Staten Generaal, het Stadsbestuur en de Nijmeegse neringdoenden wordt toch besloten de vesting te herbouwen. De in Nijmegen woonachtige ingenieur C. Baron van Kraijenhoff krijgt de opdracht een nieuw verdedigingsplan voor de stad op te stellen. Het plan behelst o.m. de bouw van een zestal fortificaties rondom de stad. Dit wordt nodig geacht om de toegenomen kracht van de artillerie op enige afstand te houden. Drie van deze fortificaties moeten aan de rivier komen. Zo worden aan de noordzijde van de rivier de Waal: Fort Sprokkelenburg en Fort Nieuw Knotsenburg gebouwd. Aan de zuidzijde ligt op een heuvel het al in 1820/1821 gebouwde Fort Sterreschans.

Frans-Duitse oorlog
Als in 1870 de Frans-Duitse oorlog uitbreekt, wordt nóg een verdedigingspunt aan de rivier gebouwd: Fort Ooij. Men vreest de Fransen en de Duitsers. Van beiden moet men niets hebben. Om die reden wordt aan de zuidkant van de rivier het Fort Ooij gebouwd. Het is echter geen echt fort doch een blokhuis: een klein, meestal zelfstandig en nagenoeg vierkant verdedigingswerk. Aangelegd als toegevoegde vesting of als voorpost. Eertijds van houten balken, later van steen of beton. Met rondom een gracht als extra hindernis voor de vijand. Het Fort Ooij is overigens nooit in paraatheid gebracht. De Frans-Duitse oorlog heeft - naast de inboezeming van angst - namelijk ook iets anders aangetoond: de stad als vesting had zijn belang verloren. Ook wordt een andere strategie toegepast: kan de vijand de stad niet innemen dan gaan we er gewoon omheen. Steden zijn minder belangrijk geworden. Het accent wordt gelegd op het beschermen van strategische plekken, zoals rivierovergangen en riviermonden. Enkele jaren later - in 1874 - treedt de Vestingwet in werking. Hierin wordt bepaald welke forten gehandhaafd worden en welke gesloopt kunnen worden, omdat ze hun functie hebben verloren.



Sporen van geschiedenis
In de Vestingwet wordt het accent wordt gelegd op de Nieuwe Hollandse Waterlinie, hoeksteen van de landsverdediging. Fort Ooij behoort - met de voormalige vestingstad Nijmegen - tot de categorie die zijn functie heeft verloren. In de veldnaam ‘Het Geslechte Fort’ heeft het Fort Ooij echter tóch zijn ´sporen´ in de geschiedenis van Ooij nagelaten.

Luchtfoto rechts: de schuin naar rechtsboven lopende groene strook is een restant van de gracht rondom het fort.

Jan van Eck

 





Veehouders en hun veestapel in Nijmegen in het jaar 1817
(Geplaatst 7 december 2012)

Onder DOWNLOAD is een nieuw pdf-bestand geplaatst. Namelijk Aantal vee in Nijmegen in 1817.pdf. Het bestand is afkomstig uit het Regionaal Archief Nijmegen waar het in de Oud Secretarie Archief Nijmegen onderwerp belastingen is opgeborgen. Het draagt de titel:Staat, bevattende eene aanwijzing der houders van vee in de gemeente Nijmegen en van het aantal runderen, paarden en schapen bij elk hunner in bezit of gebruik.
Door deze opgave zien we dat in de Hertogstraat en Ziekerstraat de meeste boerenbedrijfjes zitten. Andere duidelijke ‘boerenstraatjes’ zijn de St. Jorisstraat, Vlaamsegas, Regulierstraat, Bottelstraat en een gedeelte van de Vleeshouwerstraat. In de Ridderstraat C327 bij J.F. Busso staan elf paarden. Dit is niet zo verwonderlijk want Busso is paardenpostmeester en hier worden de paarden omgewisseld, zodat de rijtuigen weer fitte paarden konden voorspannen. In de staat staan bij de houders de adresnummers.

Deze adresnummers zijn op een kaart terug te vinden en deze kaart is ook te vinden onder DOWNLOAD onder de titel: Nijmegen Stadkaart 1830 – Kaart met adressen stad Nijmegen 1812 – 1875 klik op Nijmegen Sectie C in twee bladen.pdf.

 


Bijzonder gevelbord in Hoorn
(Geplaatst 30 november 2012)

Elk perceel in Nederland – bebouwd en onbebouwd – is aangeduid met een uniek kadastraal kenmerk. Het zogeheten kadastraal perceelnummer.
Dit perceelnummer bestaat uit:
-de kadastrale gemeentenaam
-de sectie letter
-nummer
De percelen zijn met hun eigenaren opgeslagen in de - thans gedigitaliseerde -  kadastrale registratie. Daar is alles op naam of perceelnummer terug te vinden.
Dat, in dit geval ’n gebouw ook in het terrein is aangeduid met zijn kadastrale kenmerken, mag – zo niet uniek – dan toch minstens zeer zeldzaam worden genoemd.

Tijdens een excursie in de voormalige VOC stad Hoorn, trof ik (Jan van Eck) in het centrum van Hoorn een kadastraal kenmerk op de gevel van de voormalige Distilleerderij (nog wel van de 1ste klasse) "Noord Holland”. Kadastraal bekend: Schermer, sectie B nummer 3656.

 



Boek "De laatste dorpssmid" gepresenteerd
(Geplaatst 25 november 2012)

Zaterdag 24 november presenteerde Jan van Eck in de Rosmolen te Leuth zijn nieuwste boek "De laatste dorpssmid”. Het schitterende boek gaat over de dorpssmeden uit de 20e eeuw van Kekerdom, Leuth, Ooij, Beek, Millingen en Wyler.

 
Boven: de uitgever Hans Giesbertz en schrijver Jan van Eck feliciteren elkaar met het nieuwe boek. Daarnaast de goed gevulde zaal bij de Rosmolen. Helemaal rechts Jan van Eck met de oudste nog levende hoefsmid Ton Janssen uit Millingen.

Na een prachtige uitleg door Jan aan een bomvolle zaal, werd het eerste boek uitgereikt aan de oudste nog in leven zijnde dorpssmid Ton Janssen uit Millingen aan de Rijn. De gezellige middag werd aan elkaar gepraat door Marijke Giesbertz en muzikaal omlijst door het duo A3, op accordeon en aambeeld. Het boek is een uitgave van de Stichting Historisch Huis- en Veldnamenonderzoek Kwartier van Nijmegen. Het boek is voor 15 Euro (inclusief verzendkosten) te bestellen via deze website.


 



Boekpresentatie "De laatste dorpssmid"
(Geplaatst 8 november 2012)

Bij de Stichting Huis- en Veldnamenonderzoek "Kwartier van Nijmegen” verschijnt van de hand van Jan van Eck het boek "De laatste dorpssmid”. De presentatie hiervan vindt plaats op zaterdagmiddag 24 november a.s. aanvang 15.00 uur in De Rosmolen te Leuth. Het boek is vanaf 24 november te koop voor 15 euro (inclusief verzendkosten).


De ondertitel luidt: De dorpssmeden uit de 20ste eeuw van Kekerdom, Leuth, Ooij, Beek, Millingen en Wyler. In het boek portretteert Van Eck op boeiende en prettig leesbare wijze de dorpssmeden uit voornoemde dorpen. En wordt zijn werk in en buiten de smidse weer tot leven gewekt. Tot in de jaren zeventig / tachtig van de vorige eeuw was de schroeilucht bij het passen van het ijzer op de hoef een indringende maar vertrouwde geur in het dorp. Evenals het luid klinkende gehamer op het aambeeld. En de rood-oranje gloed van het smidsvuur dat door de kleine ramen met ijzeren spijlen van de smidse naar buiten scheen, gaf figuurlijk en misschien ook wel letterlijk een warm gevoel. De dorpssmid is door de eeuwen heen een gerespecteerd ambacht. Hij kon ijzer naar zijn hand zetten!
Aan de hand van interviews met meerdere dorpssmeden toen en met hun nazaten nu heeft Van Eck veel en prachtig (foto)materiaal en kennis van en over de dorpssmid naar boven gehaald. Gebleken is ook dat bij veel van de beschreven smeden het ambacht van (hoef)smid al vele generaties diep in de genen zit. In het `Stamboomoverzicht` bij de desbetreffende smid wordt dit prachtig tot uiting gebracht. Ook blijkt een aantal van onze dorpssmeden hun wortels in het toenmalige Pruissen te hebben. Een speciaal hoofdstuk is gewijd aan de Mobilisatie van 1939, als de hoefsmid onder de wapenrok wordt geroepen. Zo ook de smeden Toon Stevens en Thé Booltink uit Leuth, Thé Fontein uit Kekerdom en Piet Koks uit Ooij. Zij volgen de opleiding tot Rijksgediplomeerd hoefsmid op de Willem III kazerne in Amersfoort.


Verregaande mechanisering in de landbouw en sanering van de steenfabrieken - van oudsher de grootste klanten - gevolgd door het hightech tijdperk hebben het beroep van de ‘Grof- en hoefsmid’ vervaagd en uiteindelijk doen verdwijnen. De dorpssmid is geschiedenis geworden. Dat stukje dorpsgeschiedenis met de hoefsmid in de hoofdrol is in het boek op boeiende wijze beschreven. En daarmee interessant niet alleen voor de nazaten van de smid, maar ook voor eenieder die meer wil weten over de geschiedenis van zijn of haar dorp. 

 

 

 






Verplaatsing op wielen van boerderij "Woenderskamp" te Lent
(Geplaatst 30 oktober 2012)

Donderdag 1 november 2012 wordt de boerderij "Woenderskamp” 700 meter verplaatst.  Van deze verplaatsing wordt een webblog bijgehouden. Dit is te volgen via http://boerderijopwielen.nl/
Historische boerderij de Woenderskamp uit ca. 1850 is in 1997 door weervrouw Margot Ribberink (o.a. RTL4) en restauratiearchitect Servaas van Elteren gekocht in zeer slechte staat. In de daar op volgende jaren is de zogenaamde "halleboerderij” van 12×16 meter grondig gerestaureerd, maar met behoud van zo veel mogelijk de oorspronkelijke uitstraling. Aanvankelijk leek het dat de boerderij kon worden opgenomen in de nieuwbouwplannen van Nijmegen in de Waalsprong. Door het plan "ruimte voor de rivier” van het rijk, waarin de Waal ter plaatse van de Nijmeegse Waalbrug moet worden verbreed, was Nijmegen echter genoodzaakt het centrumgebied van Nijmegen noord, dat was voorzien tegenover het bestaande centrum, te verplaatsen. Nijmegen heeft er voor gekozen dat centrum naar het westen te verplaatsen rond het Fort beneden Lent. In combinatie met de oprit naar de nieuwe Waalbrug was handhaving van boerderij Woenderskamp niet meer mogelijk. In 2004 heeft de gemeente daarom geprobeerd de boerderij te kopen met het doel deze af te breken. Dat ging hen echter zeer aan het hart, zowel uit het oogpunt van het behoud van erfgoed (in dit gebied is deze boerderij een van de weinige nog vrij gaaf bewaard gebleven boerderijen) als privé omdat ze jaren veel energie in het pand hadden gestoken en het net een beetje leefbaar begon te worden. Zij hebben daarom bezwaar gemaakt tegen verkoop en sloop en hebben als alternatief verplaatsing voorgesteld. Na overleg met diverse bedrijven, die ervaring hebben op het gebied van verplaatsingen, was hen namelijk gebleken dat verplaatsing technisch mogelijk is en weliswaar een kostbare operatie is maar nou ook weer niet zo kostbaar dat het onrealistisch is om het plan verder uit te werken. Komende donderdag is het zover en alle bijzonderheden zijn te volgen via de bovengenoemde webblog.

 




Vermessungspunkt en geen waterputdeksel
(Geplaatst 21 oktober 2012)

Afgelopen vakantieweek kwam ik (Hans Giesbertz) in Fischbachtal, Duitsland, veel meetpunten en grenspunten tegen. Net zoals mijn vorige vakantie hier, zie hiervoor bij Nieuws 2011, geplaatst 6 juli. Alleen had ik toen maar één ronde metalen meetpunt gezien, met een doorsnede van 15 cm. Deze ziet er uit als een waterputdeksel. Nu heb ik hier beter opgelet en ik kwam er wel twintig tegen. Deze "Vermessungspunkten” zien er prachtig uit met als versiering (kerk)torens. Ze geven duidelijk aan "wij horen bij het driehoeknet van Duitsland". Er zitten wel (kleine) verschillen in de "put”deksels bij het aangeven van het juiste middelpunt. 

 

 

 





De 13e Penning en het kasteel Renswoude
(Geplaatst 9 oktober 2012)

Naar aanleiding van een praktijkgeval in het Utrechtse, is het Oud Vaderlands recht van de 13e Penning weer tot leven gewekt. Het recht is niet in het Burgerlijk Wetboek geregeld, doch heeft een eeuwenoude geschiedenis. De 13e Penning is een vermoedelijk uit de Middeleeuwen (12e eeuw) stammend zakelijk recht en gevestigd op onroerend goed (land). Het recht volgt de zaak. Dit betekent dat het recht op het onroerend goed blijft rusten, ook als dit in andere handen overgaat. Dit in tegenstelling tot het persoonlijk recht, dat is gebonden aan de betreffende persoon (b.v. huur). Het houdt in, dat de rechthebbende hiervan bij iedere verkoop van het betreffende perceel, recht heeft op de 13 Penning: 7,7 % van de koopprijs.
Het gebied waar het recht nu nog steeds bestaat - tussen Abcoude en Gouda - bestond in die tijd uit veenmoeras. De eigenaar van die grond (de leenman) gaf stukken moeras uit aan kolonisten, die dit grondstuk bewerkten en in cultuur brachten. Dit was goed voor de leenman (zijn grond steeg in waarde) en goed voor de kolonist (hij kon leven van de opbrengst van zijn grond). Als op enig moment een perceel waarop dit recht rust wordt verkocht, betaalt de koper de koopprijs aan de verkoper. Tot zover niets vreemds. Doch de koper betaalt in dit geval ook nog eens de 13e Penning van de koopprijs aan de houder van dit recht. En daar zit nu juist de pijn. De rechthebbende was oorspronkelijke de heer, doch de rechten zijn overgegaan op de Staat en (groepen) particulieren. Het recht kan niet meer worden gevestigd.

 
Boven afbeeldingen van het kasteel Renswoude. Rechtsboven affiche van een veiling uit 1749, van bezittingen in de heerlijkheid Abcoude, met daarop aangegeven de rechten, o.a. de 13e Penning.

Bij wet van 1984 is het recht met een looptijd van 30 jaar afgeschaft. In 2015 vervalt het dus. Maar vóór die tijd moet er bij de rechter nog een robbertje gevochten worden tussen tientallen inwoners van het Utrechtse Kamerik en de Stichting Beheer Kasteel Renswoude die zich beroept op het recht van de 13e Penning. De stichting heeft namelijk de betreffende inwoners aanslagen oplopend tot 60.000 euro opgelegd.
Het recht zal zijn loop hebben!

Jan van Eck


 






Opgravingen in Leuth
(Geplaatst 26 september 2012)

Al is niet iedereen even blij met de graafwerkzaamheden in de Steenheuvelsestraat te Leuth, het levert wel de nodige vondsten en kennis op. De vroegste geschiedenis van Leuth komt letterlijk en figuurlijk bovengronds.

De ECG – het munitie opsporingsbedrijf –  heeft al diverse ‘oorlogssouvenirs’ veilig gesteld. Onder meer 7 brisant granaten, Engelse geweerkogels en ’n Duitse helm. Maar die geschiedenis is bekend. Immers: Leuth is zes maanden lang frontgebied geweest en het zwaarst getroffen dorp uit de gehele Duffelt. Andere vondsten zijn diverse 18e eeuwse hoefijzers. Ook de aangetroffen Middeleeuwse waterput (13e eeuw) midden in de Steenheuvel is een prachtige archeologische vondst. 

Doch er is ook ‘n andere geschiedenis gevonden. Eén die nog niet bekend was. Wel kenden we de Romeinen als onze ‘voorvaderen’ in Leuth. Onomstotelijk is nu echter komen vast te staan dat er al in de IJzertijd menselijke bewoning is geweest in Leuth. In dit geval spreken we over de tijd van 500 BC, dus al 500 jaar vóór onze jaartelling. Sporen gevonden in de oorspronkelijke oeverwal bewijzen dit. De oeverwal bestaat uit door de rivier afgezette kleideeltjes. In dit geval uit de tijd dat de Waal een andere loop had. Er is namelijk ook beddingzand aangetroffen in de Steenheuvelsestraat. En ook onze voorouders wisten al dat het op de hoger gelegen oeverwal veilig wonen was tegen het hoge water. De weg (het pad) loopt onder langs de oeverwal. Deze oeverwal is ruim anderhalve meter onder het oppervlak aangetroffen. Resten van aardewerk uit de genoemde periode tonen de menselijke aanwezigheid hier. Een ander bewijs is de fosfaat laag die is aangetroffen, een chemische stof (van mens en dier) die door de oeverwal dringt, als laagste laag. Tien centimeter dieper graven en men komt het water tegen.
Het graven gaat verder. Wordt vervolgd dus!

Foto's rechts:
- Duitse helm
- bij het witte gedeelte van de jalon is duidelijk de grondslag van de oeverwal zichtbaar


Jan van Eck (onze man te Leuth)

 

 



Vernietiging hulpkaarten Kadaster
(Geplaatst 17 september 2012)

Woensdag 12 september 2012 keken drie rechters van de rechtbank Utrecht naar de (nood)zaak van de vernietiging van de hulpkaarten van het Kadaster. Het resultaat is dat de bezwaarmakers niet-ontvankelijk zijn verklaard. Oorspronkelijk waren de bezwaarmakers door het Kadaster wel ontvankelijk verklaard, maar later is het Kadaster daarop teruggekomen. Het Kadaster moet wel de griffiekosten van de bezwaarmakers vergoeden.
De zitting begon met de vraag van de president, of er geen alternatieve oplossing mogelijk was. Dit werd door de advocaat van het Kadaster meteen van de hand gewezen. De rechter heeft nog wat pogingen ondernomen, door de bereidheid van de RHC's (Regionaal Historisch Centrum) aan de orde te stellen, en het begrip vernietiging ("houdt dit echt versnippering in?") maar het Kadaster gaf geen krimp, en toen kon de rechter niet veel anders doen dan het formele circuit te gaan bewandelen: "Wij (de rechtbank) kunnen het Kadaster niet dwingen een alternatieve oplossing te aanvaarden." Toen kwam dus aan de orde de kwestie van de directe, individuele, belanghebbendheid en daarna de vraag of het besluit inderdaad een besluit was in de zin van de AWB. Daar heeft iedereen zijn zegje over gedaan, daarna schorsing en na ongeveer een kwartier de uitspraak zoals hiervoor samengevat.
Het is jammer dat door gebrek aan kennis bij het Rijksarchief en het Kadaster de hulpkaarten (welke vanaf 1838 aanwezig zijn) nu vernietigd worden. De hulpkaarten zijn wel gescand en digitaal bij het Kadaster in te zien.
Klik op Hulpkaarten voor de geschiedenis en gebruik.

 



Het Ooijse Schependom op de kaart gezet
(Geplaatst 10 september 2012)
 

Alle zondagen van de maand september is er een expositie over het Ooijse Schependom onder de naam "Wel en Wee tussen Wal en Waal”, aan de Ubbergseweg 104 te Nijmegen.
In "Wel en Wee tussen Wal en Waal” wordt een breed beeld geschetst van het kleinste en oudste wijkje van Nijmegen door de eeuwen heen, van kunst tot geschiedenis.
Er worden lezingen gegeven, films vertoond, foto’s, oude prenten, ansichtkaarten, kunst, affiches, boeken, plattegronden, maquettes, etc.
De toegang is gratis, alle zondagen tussen 11.00 – 17.00 uur.


Zondag 16 september 2012 om 15.00 uur geeft Bart Janssen een lezing met lichtbeelden over de oorlog en bevrijding in september 1944 rondom het Meertje. Hij zal hierbij zeker ingaan op het drama van de achttien woonbootbewoners die door de Duitsers van de boten werden gehaald en de Waalbrug over moesten midden door de gevechten heen. Acht van de achttien overlijden door een bombardement bij Huissen. Onder de doden waren Hannes en Mina Bolhoeve en hun zoontje Ventje. 
Op de foto zit Ventje met een onbekende schipper in de boot. Zijn moeder, Mina Bolhoeve, staat op de achtergrond op de woonboot in het Nijmeegse Meertje.
Zondag 23 september 2012 om 15.00 uur geeft Ben Wasser een lezing met lichtbeelden over de actie "Ooy moet blijven” tegen de Waalbochtverlegging, nu 40 jaar geleden.

Open Monumentendag Ubbergen zondag 9 september 2012
(Geplaatst 3 september 2012)

"Groen van Toen” Huis Wylerberg Rijksstraatweg 178, Beek
De Stichting Monument en Landschap in de gemeente Ubbergen organiseert weer de jaarlijkse Open Monumentendag. Het thema van dit jaar is "Groen van Toen” en 2012 is uitgeroepen tot het jaar van de Historische Buitenplaats. Tijdens de landelijke Open Monumentendag zal naast aandacht voor de groene monumenten ook de relatie tussen groen en de gebouwde monumenten centraal staan. In de gemeente Ubbergen hebben wij daarom gekozen voor Huis Wylerberg en de tuinen rondom. Het huis is gebouwd in de periode 1921 tot 1924 en de bouwstijl is Duits expressionisme. De tuinen zijn ook in die stijl aangelegd. U zult in de muziekzaal worden ontvangen en daar zal Drs. Marieke Mastboom een inleiding houden over het huis met als hoofdthema de tuin zoals die vroeger was, de huidige staat en de plannen voor de toekomst.

Locatie: Huis en tuin Wylerberg, en de miniatuurtuinen van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap.
Programma:
12.00 uur: Zaal open.
12.30  - 14.00 – 15.30 uur: In de muziekzaal van Huis Wylerberg inleiding over huis en tuin door Drs. Marieke Mastboom met aansluitend rondleiding door de tuin en door de miniatuurtuinen van Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. 
In de muziekzaal worden doorlopend historische foto’s, dia’s en films van Beek, Ubbergen en Ooij vertoond.

 




Baken Rijksdriehoeksmeting Schiermonnikoog
(Geplaatst 27 augustus 2012)

Afgelopen week ben ik (Hans Giesbertz) op vakantie geweest op Schiermonnikoog. Daar hebben ze twee bakens die een bekend punt vormen in het driehoeksnet van Nederland. Op de kaart van Schiermonnikoog staat bij het baken in de Kobbeduinen groot vermeld: Baken Rijksdriehoeksmeting. De bakens op het eiland zijn tevens een richtpunt voor de wadlopers. Het baken op de Kobbeduinen heb ik uiteraard opgezocht en op de foto gezet.

 

 



Archeologische excursie fort Knodsenburg
(Geplaatst 15 augustus 2012)

Sinds september 2011 verrichten archeologen van de gemeente Nijmegen onderzoek in het gebied van de dijkteruglegging te Lent. Ze hebben zowel ten oosten als ten westen van de Prins Mauritssingel proefsleuven aangelegd om te kijken of er in het gebied archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. Ook op de plek van fort Knodsenburg werden proefsleuven aangelegd. De archeologen troffen twee stukken van een loop van een kanon aan; de twee delen lagen op enige afstand van elkaar. Na bestudering blijkt dat het kanon tijdens het gebruik is ontploft. Tot hun verrassing vonden de archeologen in het fort ook de stoffelijke resten van een soldaat. Bij het verder schoonmaken en blootleggen van de skeletresten troffen de archeologen drie musketkogels aan, onder de rechterarm van de soldaat en in zijn borstkas. De komende tijd proberen onderzoekers erachter te komen uit welke tijd de soldaat stamt, hoe oud hij is geworden, aan welke kant hij vocht en waar hij vandaan kwam. Ondertussen gaat het archeologisch onderzoek in het fort door. Bij de ingang van het fort is pas een bijzonder stenen verdedigingspunt, in een hoek van zestig graden, gevonden. Tot het komend najaar mogen de archeologen het gebied verder onderzoeken.

 

Fort Knodsenburg stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. De Nijmeegse bevolking had in 1585 de stad terug veroverd op het Staatse leger en de stad aan de Spaanse Koning Philips II aangeboden. De katholieke stad was nu weer onder katholiek gezag. Als reactie bouwde Staatse troepen het fort Knodsenburg. De naam verwijst naar de gewoonte van het Nijmeegse volk om zich te wapenen met knotsen. In de loop van 1591 veroverde Maurits Nijmegen terug en zou er geen vrijheid van godsdienstuitoefening meer zijn voor de katholieken. De vrijheid van godsdienst kwam pas weer terug in 1795, toen de Fransen Nijmegen veroverd hadden. In 1812 werd de functie van fort Knodsenburg opgeheven en gesloopt.
Op woensdag 15 augustus hebben we een archeologische excursie bezocht en een aantal foto’s van deze boeiende excursie ziet U hier afgebeeld.

 

 





De meetbandreiniger
(Geplaatst 8 augustus 2012)

In het personeelsblad van het Kadaster "Onder Ons” van augustus 2012 staat een curieus doosje dat in het Kadastermuseum in Arnhem in de vitrine ligt: de meetbandreiniger. De meetbanden werden vuil door het gebruik in het terrein. Om deze schoon te maken wordt de meetband ingeklemd in het doosje. Het doosje bevat van binnen materiaal dat de meetband reinigt als je de band oprolt. Het doosje is afkomstig van de Topografische Dienst.

 

 

 


J.H van Suchtelen, cartograaf in het Kwartier van Nijmegen
(Geplaatst 31 juli 2012)

Op de website is onder de rubriek Landmeetkundigen / Cartografen een korte levensbeschrijving van de tekenaar / cartograaf Jacob Hendrik van Suchtelen geplaatst. De rubriek is alfabetisch ingericht en Van Suchtelen is te vinden na vader en zoon Krayenhoff. In verschillende publicaties over het leven van Van Suchtelen staat als overlijdensdatum 1 april 1786, na onderzoek bij het Regionaal Archief Nijmegen blijkt dat het toch 1 april 1787 moet zijn. Dit staat in het jaarboek van Numaga uit 2006 wel correct vermeld. Eventuele aanvullingen of levensbeschrijvingen van cartografen en landmeters uit het Kwartier van Nijmegen ontvangen we graag.

 


Landsgrens met Duitsland
(Geplaatst 9 juli 2012)

Op de website is alweer een nieuwe rubriek geplaatst: Landsgrens. Aan de hand van de bepalingen die in de Instructie Kadaster staan wordt de grens met Duitsland beschreven. Aan deze rubriek komen beschrijvingen van grenspalen te hangen van de plaatsen Groesbeek – Wyler – Beek (Ubbergen) – Leuth – Millingen. Wij gaan in deze plaatsen langs de grens, met Duitsland, lopen en bekijken (schouwen) de grenspalen die hier staan. Wij hopen zo een inzicht te krijgen van de staat van onderhoud van de grenspalen en zo een steentje te kunnen bijdragen aan de cultuurhistorische waarde die een oude grenspaal heeft.

 


 
Landmeetkundigen / Cartografen in het Kwartier van Nijmegen
(Geplaatst 25 juni 2012)

Op de website is een nieuwe rubriek geplaatst: Landmeetkundigen / Cartografen in het Kwartier van Nijmegen. De bedoeling is dat van de landmeetkundigen / cartografen die in het gebied van het Kwartier van Nijmegen gewoond hebben / geboren zijn / gewerkt hebben een korte beschrijving wordt gegeven. Als grondslag voor het opstellen van deze rubriek is genomen: Repertorium van Nederlandse kaartmakers 1500-1900, samengesteld door Marijke Donkersloot-de Vrij.
Deze beschrijvingen zullen onderling nogal verschillen, omdat we van sommige landmeetkundigen / cartografen veel weten en van andere alleen maar een naam en de kaart die ze gemaakt hebben. Daarom worden de bezoekers opgeroepen om aanvullingen en namen van landmeetkundigen / cartografen door te geven. Voorlopig nemen we de periode tot 1900, maar deze zal te zijner tijd zeker uitgebreid worden. We verwachten dat dit een mooie, bijzondere, dynamische rubriek wordt.
Vandaag beginnen we met vader en zoon Krayenhoff. 

 

Boven: zoon Krayenhoff


Geschiedenis van de Topografische Dienst
(Geplaatst 8 juni 2012)

Bij de rubriek Het Kadaster onderwerp Topografische Dienst hebben we de geschiedenis van de Topografische Dienst in vogelvlucht beschreven. Ook deze dienst heeft zijn ontstaan aan Napoleon te danken en is na bijna 190 jaar (1815-2004) onderdeel geworden van het Kadaster. Vanaf januari 2010 is het personeel volledig geïntegreerd in de organisatie van het Kadaster en is de vestiging Emmen opgeheven.


Foto rechts: opleiding voor de leerling-tekenaars bij de Topographische Inrigring in 1910.

 


500 jaar geleden werd Gerardus Mercator geboren
(Geplaatst 29 mei 2012)

Mercator, 5 maart 1512 in Rupelmonde bij Antwerpen in België geboren, was zoon van een eenvoudige schoenlapper. Hij overleed op 2 december 1594 in Duisburg. Eigenlijk heette hij Gerardus Cremer. Mercator is de Latijnse vertaling van de Cremer. Hij bouwde wetenschappelijke meetinstrumenten, produceerde aard- en hemelglobes, maakte kaarten en etaleerde zo zijn sublieme graveerkunst. Hij gebruikte als eerste het cursief schrift op kaarten, zodat hij er veel meer informatie op kwijt kon. Hij introduceerde het begrip "atlas” als een samenhangende verzameling kaarten. Mensen herinneren zich hem vandaag wereldwijd als de uitvinder van de Mercatorprojectie. Elk zeeschip heeft nog altijd kaarten aan boord gebaseerd op deze projectie. Zelfs de kaartindeling op de GPS is afgeleid van de Mercatorprojectie.
Mercator bereikte de hoge leeftijd van 82 jaar. Het hadden er heel wat minder kunnen zijn. In 1544 woonde hij in Leuven en werd hij samen met een groep stadsgenoten op verdenking van Lutheranisme door de Inquisitie gearresteerd. Na enkele maanden werd hij vrijgelaten maar al zijn bezittingen werden aangeslagen. Zijn medeverdachten wachtte een wreder lot: ze werden een kopje kleiner gemaakt of belandden op de brandstapel. Of Mercator door deze gebeurtenis Vlaanderen heeft ingeruild voor het Rijnland is niet bekend. Het lijkt niet waarschijnlijk, omdat hij na zijn vrijlating nog acht jaar in Leuven heeft gewerkt. In 1552 verhuisde hij naar Duisburg in Duitsland, waar een Luthers regime heerste. Hier woonde hij 42 jaar.
Rond 1604 werd door zijn erfgenamen alles verkocht aan Jodocus Hondius. Met de platen uit de nalatenschap van Mercator, aangevuld met 36 nieuwe kaarten, kwam in 1606 een heruitgave van de nu te noemen Mercator-Hondius Atlas op de markt. Dit werd een groot succes.
Dit alles was voor de Stichting De Hollandse Cirkel (DHC) genoeg reden om een excursie op 23 mei 2012 te organiseren. Met de bus vertrokken 27 donateurs van DHC vanuit Arnhem naar het Ruhrgebied. Hier wordt op twee plaatsen aandacht besteed aan Mercator’s 500ste geboortejaar: in Duisburg door vernieuwing en heropening van de permanente aan hem gewijde tentoonstelling in het Kultur- und Stadthistorisches Museum, en in Dortmund door de Förderkreis Vermessungstechnische Geschichte in het Museum für Kunst- und Kulturgeschichte.

 

De tentoonstelling in Duisburg, "500 Jahre Gerhard Mercator und der blaue Planet”, laat een groot aantal originele voorwerpen en producten (kaarten, globes) zien, en kent vier films over Mercator’s tijd, levensloop, werk en genialiteit.
De tijdelijke tentoonstelling in Dortmund, "Vom Weltbild der Renaissance zum Kartbild der Moderne”, heeft een enigszins geodetische inslag door ook veel aandacht voor landmeetkundige inwinningstechnieken, educatieve objecten op het gebied van kaartprojecties, druktechnieken, en ook de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis van streek en stad (Ruhrgebied en Dortmund). Vooral de tentoonstelling in Dortmund maakte veel indruk. Het was in ieder geval een zeer geslaagde dag.

 



Mercator-Hondius Atlas



Museum Duisburg


Studiedag "Werkgroep voor de Geschiedenis van de Cartografie"
Thema:Kadaster
(Geplaatst 13 mei 2012)

Met dit thema ligt het voor de hand dat de door de Werkgroep voor de Geschiedenis van de Cartografie georganiseerde studiedag, van 25 april 2012, ditmaal in Arnhem  is gehouden. In deze Kadastervestiging aan de mr. Kleffensstraat in Arnhem, is namelijk ook het Kadastermuseum gevestigd, met een  bezoek daaraan wordt deze studiedag afgesloten. In volgorde van opkomst wordt hierna kort verslag gedaan van deze zeer interessante studiedag. De inleiders – alle vier (oud) Kadastermedewerkers - schrijven samen 170 kadastrale dienstjaren achter hun naam. Geen gebrek aan ervaring dus. Dat wordt ook duidelijk gedurende de boeiende inleidingen van de sprekers. Twee van hen, te weten: Hans Giesbertz en Jan Stehouwer, zijn tevens onderzoeker/publicist  bij de Stichting Huis en Veldnamenonderzoek Kwartier van Nijmegen.
De inleiding van Jan Stehouwer (landmeter en cartograaf) heeft als titel: "Het nut van de driehoeksmeting: Wat betekenden Frisius, Snellius en Krayenhoff voor de kwaliteit van de kartografie”. In een boeiend betoog belicht de inleider deze minder bekende taak van het Kadaster. Namelijk het begin 19e eeuw opzetten en in  kaart brengen door de bekende landmeter / medicus / vestingbouwer Krayenhoff (Nijmegen 1758- Nijmegen 1840) van een driehoeksnet over Nederland. Dit driehoeksnet vormde de basis van het meten en vastleggen van de percelen.

 
Links Snellius en rechts Krayenhoff

Het onderwerp van Hans Giesbertz(landmeter / cartograaf) draagt als titel:"Van Schepenbank tot Kadaster aan de hand van de eigendomsregistratie in Nijmegen tussen 1650 en 1832”. De inleider weet waarover hij spreekt. Als vrijwillig medewerker van het Regionaal Archief in Nijmegen werkt  hij nauwgezet aan de registratie van de eigenaren van de stad Nijmegen in vroeger eeuwen. Een zeer belangrijke periode is in dit kader overbrugd, namelijk  vanaf 1650 tot aan de invoering van Kadaster in 1832. Het Regionaal Archief beschikt thans over een aaneensluitende eigendomssituatie van de 2400 huizen die de stad Nijmegen in 1650 telde. Vanaf 1410 zo licht de inleider toe wordt de eigendomsregistratie gehouden bij de plaatselijke Schepenbank. Tijdens die periode zorgt  de zogeheten Hopman, samen met zijn Wijkmeesters – voor inning van de belastinggelden. Ook dan al is eigendom het zekerste onderpand voor (onroerend- goed) belasting. Hans schetst aan de hand van originele voorbeelden van  ‘Protocollen van Bezwaar’ wat er zoal werd geregistreerd: hypotheekrechten, erfrecht en grondrente. Met prachtige voorbeelden van de desbetreffende registers, wordt het spoor van een perceel via deze protocollen gevolgd vanaf de registratie op de Schepenbank tot 1811 als deze wordt opgeheven. Dit is het gevolg van de invoering van de hypotheekregisters, gevolgd in 1832 door het Kadaster. Deze invoering danken we aan de toenmalige bezetter van Nederland: keizer Napoleon van Frankrijk. Hans Giesbertz sluit zijn boeiende betoog af met een praktische verwijzing naar de website van het Regionaal Archief, via welke de bezoeker daarvan kan afdalen naar de Historische Atlas van Nijmegen, waarin hij samen met collega’s de eigendomsregistratie van deze oudste stad van Nederland heeft vastgelegd.
Wim Kamphorst (landmeten en Rijksdriehoeksmeting) neemt de bezoekers mee naar de tijd dat landmeter nog een avontuurlijk en soms zelfs een romantisch beroep was. De titel van zijn inleiding luidt:"Van landmeten in 1832 tot hedendaagse gegevensinwinning. De wereld van maten, instrumenten en nauwkeurigheden”.
Zacharias Klaasse (beleidsmedewerker bij  de Concernstaf van het Kadaster en Conservator van het Kadaster Museum) houdt op de van hem bekend  humoristische  wijze een voordracht over de totstandkoming van het Kadaster Museum, onder de titel: "200 jaar Kadastergeschiedenis en een poging tot bewaring". Thans is op de 5e verdieping van het Kadastergebouw  in Arnhem een zeer interessante en som zelfs spectaculair te noemen verzameling kadastrale meet-, reken-, en tekeninstrumentarium, alsmede registers, (instructie)boeken en atlassen verzameld. Ook het  materiaal van de Topografische Dienst  - welke thans tot het Kadaster behoort – is in het prachtig ingerichte Kadastermuseum te bewonderen. Bewondering en waardering dat  zijn ook  de gevoelens waarmee de ruim 40 deelnemers deze studiedag afsloten.

Jan van Eck

 



Jan Stehouwer


Cartograaf Hans Giesbertz


Landmeter in de tijd van Napoleon



Grensstenen Nederlandse Spoorwegen
(Geplaatst 7 mei 2012)

Nadat in 1938 de N.V. Nederlandse Spoorwegen werd opgericht verviel bijna alle spoorweginfrastructuur van haar diverse voorgangers aan de Nederlandse Spoorwegen. De NS werd eigenaar en beheerder van bijna het volledige spoorwegnet van Nederland. Ook staatsspoorlijnen kwamen in handen van de NS. De Nederlandse Spoorwegen heeft daarna de grenzen van de eigendommen aangegeven met NS grensstenen. Deze grensstenen staan nog in heel Nederland. Een aantal van deze grensstenen, gelegen tussen het zweefvliegveld Malden en het station Molenhoek, hebben wij gefotografeerd.

 

Het Nederlandse spoorwegnet is het op twee na drukste spoorwegnet ter wereld en het drukste in Europa. In verhouding tot de bevolking of de lengte van het spoor is het Nederlandse spoorwegnet zelfs het drukste ter wereld. De NS is tot op heden de grootste gebruiker van dit net. Door de privatisering is Veolia nu gebruiker van de spoorlijn Nijmegen naar Roermond.

 




  
Gorissen - 19 april 100 jaar geleden geboren
(Geplaatst 9 april 2012)

Friedrich Gorissen(1912-1993), de voormalige stadsarchivaris van Kleef, tevens museumdirecteur aldaar, zette zijn naam onder ruim achthonderd grotere en kleinere publicaties over de geschiedenis van Kleef en omgeving, maar keek ook over grenzen heen. In de kring van historisch onderzoekers in Nijmegen is hij een begrip: Gorissen werd hier vooral bekend vanwege de uitgave van de Stedeatlas van Nijmegen en het baanbrekende onderzoek dat eraan vooraf ging. In 2012 wordt het honderdste geboortejaar van de in 1993 overleden (kunst)historicus gevierd.
Friedrich Gorissen werd op 19 april 1912 in Kleef geboren als zoon van een groentehandelaar. Door de wekelijkse tocht naar de Nijmeegse groentemarkt op maandagmorgen leerde hij in zijn jeugd Nijmegen kennen. Het was de rector van zijn lagere school die zijn interesse in geschiedenis wekte met verhalen over de historie van de Kleefse huizen en straten. Als gymnasiast op Gaesdonck kwam hij in aanraking met archieven en raakte hij erdoor gefascineerd.
Na een afgebroken architectuurstudie in de destijds Duitse havenstad Dantzig keerde Gorissen terug naar Kleef, waar hij zich vanaf 1933 toelegde op het beschrijven van de oorkonden van het Klever stift. Dit archief zou de basis vormen voor zijn talrijke historische bijdragen. In 1938 ging hij geschiedenis studeren aan de universiteit van Keulen. Al het jaar daarop haalde hij een mondelinge test summa cum laude. Voor zijn promotieonderzoek richtte hij zich op de historische topografie van de stad Kleef. De Tweede Wereldoorlog gooide echter roet in het eten: Gorissen werd in de Wehrmacht opgenomen, naar België en het Oostfront gezonden en wist uiteindelijk uit een Russisch krijgsgevangenenkamp te ontsnappen. Pas in 1952 zou hij promoveren.
Na de oorlog keerde Gorissen terug naar zijn vrouw en zes zoons – later zou hij nog twee dochters krijgen. Om de kost te verdienen ontwierp hij als architect in de naoorlogse jaren verschillende huizen in Kleef en omgeving. Hij begon daarnaast weer historische werken te schrijven, vooral over de historisch-geografische ontwikkeling van Kleef en de nederzettingsgeschiedenis van de omgeving.
Gorissen sloot zich aan bij het Gesellschaft für rheinische Geschichtskunde en gaf namens dit genootschap in 1952 een stedeatlas uit van Kleef, een jaar later gevolgd door een soortgelijke atlas van Kalkar. In beide werken maakte hij aan de hand van geschreven bronnen de ruimtelijke ontwikkeling van de steden zichtbaar. Na drie jaar intensief archiefonderzoek verscheen in 1956 de Stedeatlas van Nijmegen. Kon hij voor de atlas van Kleef nog uit zijn eigen manuscripten putten, voor de Nijmeegse versie moest Gorissen bronnenmateriaal bewerken dat nooit eerder toegankelijk was gemaakt, zoals de moeilijk leesbare Nijmeegse schepenprotocollen. De Stedeatlas van Nijmegen wordt nog altijd gezien als een belangrijke bijdrage aan de stedelijke geschiedschrijving.


Boven en rechts: kaarten uit de Stedeatlas Nijmegen. De kaarten geven de stad en haar omgeving aan ca. 1830. De basis voor deze kaarten, zijn de oudste kaarten uit het archief van het Kadaster Nijmegen, de zogenaamde minuutplans van de kadastrale gemeenten Nijmegen, Hatert en Neeerbosch. Voor de hulp van het gebruik van de minuutplans bedankt Gorissen in een noot de kadastermedewerker Jan ter Roller. Ook vermeldt hij nog dat de in de tekst genoemde perceelnummers de oudste kadasternummers zijn.

Uit zijn onderzoek voor de Stedeatlas kwam in 1954 een publicatie voort over Jan Maelwael en de Gebroeders van Limburg. Daarin toonde hij aan dat de herkomst van deze wereldberoemde boekverluchters in Nijmegen lag. Het zou de basis leggen voor de vele activiteiten die sinds 2003 in Nijmegen plaatsvinden rondom de Gebroeders van Limburg.

                    

Bron: Bijlage persbericht Gemeente Nijmegen RAN 5 april 2012

 




Lithostenen bij de Topografische Dienst
(Geplaatst 26 maart 2012)

Onder Het Kadaster hebben we een nieuw onderwerp geplaatst, namelijk de Topografische Dienst. De Topografische Dienst viel vroeger onder het Ministerie van Defensie en is per 1 mei 2004 een onderdeel van het Kadaster geworden. De Topografische Dienst is inmiddels volledig geïntegreerd in de organisatie van het Kadaster. De vestingplaats Emmen is opgeheven en het personeel werkt nu bij het Kadaster in Zwolle of Apeldoorn.
Als eerste onderwerp van de Topografische Dienst beschrijven we de lithostenen waarmee de tekenaars / graveerders werkten. De toenmalige graveurs maakten ware kunstwerken. Uit de vrije hand werd de kaart in spiegelbeeld gegraveerd. Het graveren van een blad 1:50.000 vergde twee jaar.

 


Grensstenen aan de St. Annastraat te Nijmegen
(Geplaatst 19 maart 2012)

Voor de Tweede  Wereldoorlog werden er op de hoeken van de percelen vaak grensstenen gezet. De grensstenen op het platteland waren meestal grote zwerfkeien en in de stad werden grenspalen van natuursteen gebruikt met daarop in het midden een kruis. Deze grenspalen werden helemaal in de grond gezet zodat alleen de bovenkant te zien was. De meeste grenspalen zijn in de loop van de tijd verdwenen, vooral door het plaatsen van muren en schuttingen op de grens.
Als je goed kijkt zie je toch nog af en toe een grenssteen. Op de St. Annastraat ter hoogte van de Slotemaker de Bruïneweg vind je nog een aantal grensstenen. Hier hebben ze vaak de scheidingsmuur precies laten uitkomen op de grenssteen. Enkele voorbeelden daarvan hebben we gefotografeerd. Zie foto’s rechts. Tegenwoordig worden er geen stenen grenspalen meer geplaatst, maar houten piket paaltjes en deze zijn snel verdwenen of verplaatst.

 
Een grenssteen vind je rechts onder het scheidingsmuurtje bij dit oude huis St. Annastraat 440. Op de tekening hieronder heeft het huis het kadasternummer Hatert sectie C perceelnummer 4414. 

Wat verder opvallend is aan het huis St. Annastraat 440 is het jaar 1899 op de gevel. Want wij hebben een kaart van het Kadaster uit het jaar 1867 en daar staat op dezelfde plaats al een huis met dezelfde vorm. Misschien is in 1899 het vorige huis gesloopt en het huidige huis gebouwd?
Voor de volledigheid de omnummering van het kadasternummer Hatert C 4414 naar C582 en 583. Nummer C4414 komt uit nummer C3695 en dit nummer komt uit de nummers C582 en C583.

  
Boven links: kaart uit 1940 met adres en kadasternummer, afkomstig uit het Regionaal Archief Nijmegen. Rechts boven: huidige kaart met huisnummer, afkomstig uit de Historische @tlas Nijmegen.

 




Kadasterkaart uit 1867, afkomstig uit Kadaster Arnhem.


Vervolg noodwoningen in een trein
(Geplaatst 20 februari 2012)
Op het artikel kwam een reactie van Rian Koedam en haar moeder. Zij hadden het artikel in De Gelderlander gelezen.
"Wat ik weet is dat mijn opa en oma vanuit het westen, naar Nijmegen zijn gekomen, omdat mijn opa bij het spoor werkte en in Nijmegen geplaatst werd. Eerst hebben ze op een voorkamertje in een klein huisje ingewoond. Mijn oudste oom is hier geboren, in 1920. Daarna zijn ze, met z’n drietjes, in een wagon terechtgekomen. Mijn oudste oom kan ons helaas niets meer vertellen.
Er was een toilet in de vorm van een emmer. Deze emmer moest uiteraard iedere dag geleegd worden en dat ging niet altijd even makkelijk. Een anekdote die ik vaak van mijn moeder hoor is dat bij de buren van mijn opa en oma, de familie Bal, het een keer flink mis ging. Iemand moest onder de wagon gaan staan en dan moest in de wagon de emmer voorzichtig los worden gemaakt en laten zakken. Dit ging mis en degene onder de wagon zat onder de inhoud van de emmer. Meneer Bal zat op het kantoor bij het spoor. Mijn opa heet Matthijs Nelis Cabout, mijn oma Elizabeth Cabout-Seele en mijn oom, later ook machinist bij de NS, Adrianus Cabout. [Zie foto rechtsboven]
Mijn andere oom is in 1926 geboren, toen woonden mijn opa en oma weer in een huis. Dus in deze periode, ’20-’26, hebben ze in de wagon gewoond, maar hoelang dat is geweest weet ik niet.”
 
In het bevolkingsregister van Nijmegen hebben we het volgende gevonden over de familie Cabout en Bal.
Familie M.N. Cabout-Leerling Machinist–Spoorwagen SS A65
Matthijs Nelis geb. 2 mei 1897 te Gouda gehuwd met Elizabeth Seele geb. 8 mei 1896/8 dec 1896 (mei was doorgestreept) te Nieuwerkerk aan de IJssel.
Zoon: Adrianus M.W. geb. 3 Augustus 1920 te Nijmegen.
Wonen in 1924 aan de Maasstraat 4.
Familie J.K. Ball-Schrijver N.S.-Graafsche weg woonwagen SS A65 later Spoorwagen Z27
Jacobus Kornelis geb. 20 April 1895 te Vlaardingen gehuwd met Maartje van Toor geb. 30 Mei 1899 te Vlaardingen.
Dochter: Maria Agatha geb. 22 November 1918 te Vlaardingen.
Wonen in 1924 aan de Waalstraat 35.
Ook vonden we nog twee families die woonden in deze noodwoningen.
Engels, W.H.–Remmer N.S.–Oude Nonnendaalseweg A53 Spoorw.
Hamer, J.H.X.–Remmer N.S.–Oude Nonnendaalseweg Spoorw. A55
Voor het vorige artikel zie bij Nieuws 31 december 2011.
 
 
 
 Familie Cabout
 
 
 
Wonen in 1921
 
 
 
Familie Ernsten
 
Overlijdensregister van Nijmegen uit het jaar 1806
(Geplaatst 13 februari 2012) 
Onder DOWNLOAD is een nieuw pdf-bestand geplaatst. Namelijk Nijmegen overlijden 1806.pdf. Normaal gesproken zetten we geen bestanden van overlijden op de website, maar bij de overlijdensregisters van de jaren 1806 t/m 1809 staan veel interessante gegevens. Het leest als een bevolkingsregister.
Er staan gegevens in over de woonplaats, leeftijd en familierelaties. De volledige naam van het overlijdensregister is:
Register van de aangegeven lijken binnen de stad en schependom van Nijmegen Beginnende den 1 Januari 1806
 
 
 
 
 
 
Een oud gebruik bij begrafenissen in Nijmegen was, dat er voor de baar uit een in stadskleuren geklede ‘doodenroeper of voorganger der dooden’ liep met een dorre tak.
 
 
 
 
 
 
 

Meer Herinneringen
(Geplaatst 6 februari 2012)
Op internet staat een mooie website van Marius Broos met foto’s en herinneringen aan het Kadaster met name het kantoor Breda. Zie de website Marius Broos onder Diversen en dan klikken bij Kadaster.
Zijn website gaat vooral over treinen, spoor- en tramwegen. M.C.J. (Marius) Broos is in 1952 geboren te Rupchen en woont al vele jaren in Roosendaal. Sinds 1970 is hij werkzaam bij het kadaster. Daarnaast is hij spoorweghistoricus. In zijn vrije tijd verzorgde hij velerlei publicaties over de geschiedenis van spoor- en tramwegen zowel landelijk als regionaal.
 
Afgelopen week kregen we een reactie van Hans Vos (oud Kadastermedewerker) op de foto van de Adspirant-tekenaars van het Kadaster in 1962. Te vinden onder Het Kadaster onderwerp Kent U ze? 
Hans schrijft ons: onbekende man uit Millingen = Wim van Kesteren, mijn neef, en zoon van Hens van Kesteren, mijn peetoom. Hens was meetassistent en overleed op 47-jarige leeftijd tijdens een hartoperatie.

Op de foto staan van links naar rechts: J. te Roller (de regionale begeleider), Paul Giesbertz, Piet Ariëns, Ben van de Weem, Wim van Kesteren (hij kwam uit Millingen), Leo Bovee. Daarvoor zittend van links naar rechts: Toon Driessen (uit Afferden), Jos van de Klei, Leo Kühnen.
 
 
 

Memoires van de Boekhouder van het Kadaster
(Geplaatst 30 januari 2012)
Op 28 september 1951 stuurde de Boekhouder Willem van Dalen een brief van 5 kantjes naar de Bewaarder C.J. Kluvers van de Hypotheken en het Kadaster in Nijmegen. Hij stuurde deze brief omdat hij zich door hem onheus bejegend voelde.
Uit de inleiding van deze brief volgen enkele fragmenten:
"(…) Enige tijd na dit onderhoud bleek ten Departement twijfel te zijn gerezen aan de juistheid van de door mij berekende man-presentatie bij de bijwerking en vernieuwing van de kadastrale leggers. (…) Sindsdien werden door U, in overleg met de Heer Wijntjes en mij, de werkverdeling en de persoonlijke prestaties van het personeel scherp onder de loupe genomen en door de nodige correcties de productiviteit tot een maximum opgevoerd. (…) Om deze reden en ook omdat mijn persoonlijke prestaties als Boekhouder hierbij in geding zijn, meen ik goed te doen de historische gang van zaken en visie daarop in onderstaande "memoires” vast te leggen.” Deze memoires van W. van Dalen hebben wij opgenomen onder Kadaster rubriek Herinneringen
 
 
 
W. van Dalen
Peter van Call uit Nijmegen
(Geplaatst 23 januari 2012)
In het stedelijk museum van Dortmund, op de vierde etage afdeling vermessunggeschichte, ligt in een vitrine een "Holländischer Kreis” van Petrus à Call uit Nijmegen gemaakt in 1676. Meer staat er niet.
Wie is Peter van Call? Veel is er niet over hem bekend, wel dat hij waarschijnlijk de zoon is van Jan van Call. In het jaar 1667 ontvingen Peter van Call, zoon van Jan van Call, en Cornelis Eyckenpas 230 gulden voor werk aan het horloge op het stadhuis.
Van Jan van Call is meer bekend. Jan Backer van Kall, uurwerkmaker en landmeter, woonde in 1644 in Batenburg. In dat jaar werd hij door het bestuur van de stad Nijmegen naar hun stad gelokt, als klokkenist, uurwerkmaker en landmeter, terwijl hij bovendien de naam had, van "in andere fraye konsten ervaren” te zijn. De stad bood hem om zijn bekwaamheid en veelzijdigheid het burgerschap, het landmeterschap en een woning aan. Op 1 december 1647 werd "Jan Becker Call, hologier”, op de Nijmeegse burgerlijst ingeschreven.
Wij zijn erg benieuwd of er meer bekend is over Peter van Call. Weet U iets over hem? Laat het ons weten.
 
 
 

Equerre
(Geplaatst 16 januari 2012)
 
 
Onder instrumenten hebben we een beschrijving geplaatst van een Equerre. Dit instrument werd vroeger gebruikt voor het maken van haakse hoeken. Om in de landmeetkunde punten en gebouwen te meten maakt men gebruik van hulplijnen waarop men haakse hoeken (loodlijnen) neemt. Om ook andere hoeken te meten werd het instrument verbeterd en dit instrument noemde men een pantometer of equerre-precies. Bij het onderwerp Veldwerken onder de rubriek kadasterkaarten is een equerre al eens zijdelings genoemd.

 


Branden in Nijmegen 1851-1881
(Geplaatst 8 januari 2012)
Onder DOWNLOAD is een nieuw pdf-bestand geplaatst. Het bestand heet: Branden in NIJMEGEN HG.pdf. Vanaf het jaar 1851 zijn er bij het Archief Nijmegen verslagen van de gemeente Nijmegen, in boekvorm, aanwezig. Hierin staan zeer veel wetenswaardigheden en feiten. Het verslag is gedaan door Burgemeester en Wethouders aan de Gemeenteraad. Het verslag heeft als titel: "Uitvoerig en beredeneerd verslag van den toestand der gemeente Nijmegen”. Hierin staan o.a. vermeld: bouwvergunningen, gezondheids-verslagen, gevangeniswezen, personeel, onderwijs, gemeente eigendommen, politie, branden en nog veel meer. Elk jaar werd een verslag gemaakt. Als voorbeeld van wat er in zo’n verslag staat wordt in dit artikel de branden weergegeven.
 
Door drie oud medewerkers van de Radboud Universiteit Nijmegen is een prachtige geo-wandeling uitgezet over de heuvelrug van Beek-Kranenburg-Kleef. Nog interessanter is de site die is ontwikkeld: www.geopaden.nl. Deze site toont niet alleen route, maar vertelt en toont ook over de geologie, de cultuuthistorie, de geschiedenis, enz. Deze site is onder de LINKS geplaatst.